veeg
mannelijk/vrouwelijk (de)/vex/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klap
- vlek ontstaan door vegen'Hoor je me? Wegwezenl' Nella deinst achteruit, geschokt door de felheid in Marens stem, haar furieuze blik de schokkende veeg bloed op haar wang.En zag opeens een veeg grijs in zijn haar die me eerder nog niet was opgevallen.Hoezo? Is er iets mee?' Ze liet haar duim over de hals glijden, een schone veeg door het stof.
- slag of streekDie kan wel een veeg lippenstift gebruiken.
zelfstandig naamwoord
- een lastige en venijnige vrouw
Etymologie
*: van Middelnederlands "veghe" "bijna dood" dat teruggaat op Protogermaans *faigja-
Uitdrukkingen
- Een veeg uit de pan krijgen — Zwaar beschimpt of berispt worden
- Een veeg teken — Een slecht voorteken
- Het vege lijf [trachten te] redden — Voor een gevaar vluchten, zichzelf in veiligheid brengen
- Zo veeg zijn als een luis op een kam — In groot gevaar zijn.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek