veeg

mannelijk/vrouwelijk (de)/vex/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klap
  2. vlek ontstaan door vegen
    'Hoor je me? Wegwezenl' Nella deinst achteruit, geschokt door de felheid in Marens stem, haar furieuze blik de schokkende veeg bloed op haar wang.
    En zag opeens een veeg grijs in zijn haar die me eerder nog niet was opgevallen.
    Hoezo? Is er iets mee?' Ze liet haar duim over de hals glijden, een schone veeg door het stof.
  3. slag of streek
    Die kan wel een veeg lippenstift gebruiken.
zelfstandig naamwoord
  1. een lastige en venijnige vrouw

Etymologie

*: van Middelnederlands "veghe" "bijna dood" dat teruggaat op Protogermaans *faigja-

Uitdrukkingen

  • Een veeg uit de pan krijgenZwaar beschimpt of berispt worden
  • Een veeg tekenEen slecht voorteken
  • Het vege lijf [trachten te] reddenVoor een gevaar vluchten, zichzelf in veiligheid brengen
  • Zo veeg zijn als een luis op een kamIn groot gevaar zijn.