vedel

vrouwelijk (de)/ˈvedəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument, historisch (muziekinstrument), (historisch) middeleeuws strijkinstrument met 3-5 darmsnaren, een ovale of peervormige romp (of klankkast), o-vormige klankgaten en aparte hals die een bladvormige kop bezat met rechtopstaande stemschroeven
    De vedel is een voorloper van de huidige viool.

Etymologie

*: "vedelen" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelsvielle
Fransvièle
DuitsFiedel
Spaansviola de arco
Italiaansviella
Poolsfidel