vechten
/ˈvɛxtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) strijd leverenZij vochten langdurig om de macht.De Slag om de Schelde was hierbij heel belangrijk. Soldaten uit Canada, Groot-Brittannië en Polen vochten vijf weken lang tegen soldaten uit Duitsland. Het was heel zwaar maar uiteindelijk wonnen ze. Dit werd afgelopen weekend herdacht in Terneuzen.Het viel hem op dat er veel politie was maar dat ze niet waren uitgerust met witte oproerhelmen en schilden. Dat was een stap vooruit, een kleine overwinning in de strijd tegen het vs-imperialisme. Je won de steun van het volk niet door met de politie te vechten.
Etymologie
* van Middelnederlands "vechten", Oudnederlands "fehtan"; in de betekenis van ‘strijden’ voor het eerst aangetroffen in 901
Uitdrukkingen
- vechten tegen de bierkaai
Vertalingen
Engelsfight
Spaansluchar, pelear
Poolswalczyć, bić się
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek