vazal
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) (leenstelsel) iemand die in de middeleeuwen zijn vrije status en bezit opgaf aan een leenheer die hem in ruil hiervoor veiligheid en werk (eventueel een ambt op zijn landgoed) aanbood. De vazal verplichtte zich tot het vervullen van herendienst, en de afdracht van een deel van de oogst als hij boer was op het leen
- iets dat of iemand die economisch afhankelijk is
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘leenman’ voor het eerst aangetroffen in 1220
Vertalingen
Engelsvassal
Spaansvasallo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek