vaststaan
/ˈvɑ(st)stan/
Betekenis
werkwoord
- zeker zijnDe investeringsmaatschappij trekt alleen geld uit voor projecten waarvan vast staat dat ze geld opbrengen.
- onveranderlijk zijn, onbeweegbaar stilstaanUit uw woorden blijkt dat uw besluit vast staat.De auto bleef op de spoorwegovergang vaststaan.Bij de spaarloonregeling moet het gespaarde geld vier jaar vaststaan.
Vertalingen
Duitsfestliegen, feststehen
Spaansconstar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek