vastklampen

/ˈvɑs(t)klɑmpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door middel van klampen vastzetten
  2. refl (refl) zich met inspanning ergens aan vasthouden
    Het kind klampte zich aan zijn moeder vast .
    Mijn nieuwe leven speelde zich af in de straten van Long Island en ik miste Noorwegen meer dan goed voor me was, daarom klampte ik me waarschijnlijk vast aan alles wat me verteld werd en wat ik kon gebruiken. {{Aut|Harstad, Johan

Vertalingen

Engelscling
Franscramponner
Duitsfestklammern
Spaansabrazarse, aferrarse, agarrarse