vastgoedmagnaat

mannelijk (de)/ˈvɑs(t)xutmɑxˌnat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die heel veel huizen en andere gebouwen bezit
    Op 9 november 2006 werd het Apthorp verkocht aan de vastgoedmagnaat Maurice Mann voor het bescheiden bedrag van 426 miljoen dollar.
    Weisselberg wordt gezien als de belangrijkste persoon binnen de holding die niet tot de familie behoort. Hij werkt al bijna 50 jaar voor Trump, die voor zijn politieke loopbaan naam maakte als vastgoedmagnaat.