varken
onzijdig (het)/ˈvɑrkə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) (evenhoevigen) tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees behorend tot de familieHet varken behoort tot het geslacht Sus.
- (scheldwoord) iemand die zich ongemanierd, smerig of lui gedraagtJij lelijk varken!
- (financieel) spaarpot in de vorm van 1)
- (astrologie) (vaak geschreven met hoofdletter) twaalfde dier in de twaalfjarige cyclus van de Chinese dierenriem
Etymologie
*van Middelnederlands "varken" en Oudnederlands farkin; een verkleinwoord op -kin van een e wortel *farha-, in de betekenis van ‘hoefdier’ voor het eerst aangetroffen in 1155 Verwant aan Latijn porcus «tam varken», orc en prastian «big». Gaat terug op *porḱo-s «big» mogelijk verwant aan een wortel *perḱ- die woelen, openkrabben betekent.
Uitdrukkingen
- Als een tang op een varken passen/slaanhttps://onzetaal.nl/schatkamer/lezen/uitdrukkingen/dat-slaat-als-een-tang-op-een-varken — Helemaal niet kloppen
- Zo dom als het achtereind van een varken — Heel dom
- Het varkentje (wel even) wassen — Een probleem aanpakken
- De een scheert schapen, de ander varkens — Het is ongelijk verdeeld
- Het varken is door de buik gestoken — Het probleem is op krachtdadige wijze verholpen/ Het is doorgestoken kaart, van te voren opgezet spel
- Veel varkens maken de spoeling dun — Als iets met velen wordt gedeeld, blijft er voor elk afzonderlijk weinig over
Vertalingen
Engelspig, pig
Franscochon, porc, cochon
DuitsSchwein, Schwein, Ferkel
Spaanscerdo, puerco, cochino
Italiaansmaiale
Portugeesporco
Russischсвинья
Chinees豬
Poolsświnia
Deenssvin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek