varensgezel
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (scheepvaart) persoon die voor zijn beroep op een schip vaartBuiten de koopvaardij kon Holland niet; de zee had Nederland groot gemaakt, een goed varensgezel oefende geduld, liep de tijd niet vooruit, Bertus was nu tevreden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek