varen

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvarə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) zich in een vaartuig voortbewegen
    Het schip vaart de haven uit.
    'Door dat mens van Jans varen er tegenwoordig niet veel dames meer mee, en dat is maar goed ook,' had Nella's vader ooit opgemerkt.
    Was hun koning, Willem de Veroveraar, niet tijdens een geweldige storm, dankzij de heilige Nicolaas, veilig van Normandië naar Engeland gevaren? Want Nicolaas was in staat de wind en de onstuimige kracht der golven te doen bedaren!
  2. verouderd (verouderd), (Vlaanderen, Limburg) zich voortbewegen
    Hij voer ten hemel.
    Jan, Jan, Dubbele Jan, waar zijde gij heen gevaren?[http://www.liedjeskist.nl/liedjes_a-z/d-liedjes/dubbele_jan.htm liedjeskist.nl]
  3. verouderd (verouderd) gezegd van iemands gesteldheid in het algemeen
    Hoe vaart gij nu, mijn kind?[https://books.google.nl/books?id=sP9ySIDdZ-cC&pg=PA270&lpg=PA270&dq=%22hoe+vaart+gij%22&source=bl&ots=pkMCNcDVin&sig=7h3W-z1kaqzsptcVF8UZdvrwJCE&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwi3p9LB9JjZAhXGJFAKHdDnDmcQ6AEIPjADv=onepage&q=%22hoe%20vaart%20gij%22&f=false Volledig dichtwerk], Guido Gezelle,p. 270
    Daarnaast varen oudere kinderen intellectueel wel bij het onderwijzen en begeleiden van hun jongere broers of zussen, terwijl hun jongere broertjes of zusjes, juist door die begeleiding, minder worden uitgedaagd om bepaalde problemen zelf op te lossen.
  4. (Limburg) autorijden[http://www.dbnl.org/tekst/_die004190901_01/_die004190901_01_0019.php Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1909, dbnl.org]
werkwoord
  1. verouderd, onpr (verouderd), (onpr) onwennig voorkomen, niet meevallen
    Het vaarde hem al te zeer; de eerste, dikke waterstraal uit de bronne was uitgeloopen, en weinig versch water uit den schoot der aarde kwam toe om haar te voeden.[http://www.dbnl.org/tekst/_die004190901_01/_die004190901_01_0019.php Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1909, dbnl.org]
zelfstandig naamwoord
  1. benaming voor sporenplanten die de afdeling vormen
    De grond in het bos was bedekt met prachtige varens.

Etymologie

*[C] via Middelnederlands "varen" van Oudnederlands "farn"

Uitdrukkingen

  • Ergens wel bij varenErgens voordeel van hebben
  • Iets laten varenErgens van afzien / Iets laten voor wat het is
  • Wat is in hem gevaren?Wat bezielt hem ineens? (negatief)

Vertalingen

Engelssail, drive, fern
Fransfougère
DuitsFarne
Spaanshelecho
Italiaansfelce
Poolspaproć