vangst
vrouwelijk (de)/vɑŋst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vangen van ietsDe vangst van vis is erg zwaar werk.
- het gevangene, het resultaat van het vangenDe vangst van de jacht van dit jaar was minder dan die van vorig jaar.
Etymologie
* van vangen
Vertalingen
Engelscatch, prey
Franscoup de filet
Spaansbotín, presa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek