vanachter

/vɑnˈɑxtər/

Betekenis

voorzetsel
  1. komend of waarnemend uit een plaats net voorbij
    Hij kon vanachter de deur haar glimlach niet zien.
    What’s your name?’ klonk het vanachter de spiegelglazen.
  2. aan de achterkant
    De auto was vanachter behoorlijk beschadigd.