vaderstad

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stad waar iemands vader vandaan komt, de stad waar iemand geboren is
    Volgens de rechtbank komt zijn film op 37 punten overeen met de boeken Weg van Lila en Vaderstad van auteur Patrick van Rhijn.
    In 1652 ging hij in zijn vaderstad theologie studeren en onder leiding van de beroemde Gisbertus Voetius verdedigde hij in 1656 een disputatie in een serie over dwalingen en ketters.
  2. Jeruzalem de stad van de Heer
    En speel en zing ten slotte, in de kerk –of als dat niet mag thuis– eens gezang 265 uit het Liedboek van 1973. Wat dit lied, ”Jeruzalem, mijn vaderstad” van de grote dichter Willem Barnard, aan schoonheid bergt, in een volmaakte symbiose van Woord, beeld en klank, is onvergelijkelijk.

Vertalingen

Engelshometown