vaderlander

mannelijk (de)/ˈvadərˌlɑndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landgenoot die van zijn land houdt
    Vaak hebben economische collaborateurs zich indertijd proberen te verdedigen met het argument dat zij niet sympathiseerden met de Duitsers. Meihuizen: „Tegen die houding moest volgens het Amsterdamse Bijzonder Gerechtshof nadrukkelijk stelling worden genomen. Men kon, volgens een uitspraak uit 1946, ‘niet een voortreffelijk vaderlander zijn en blijven, en tevens aan de vijand geld verdienen door zaken met hem te doen die voor zijn oorlogsvoering dienstig zijn’”.
    Zo werkt Europa. Alle ministers en regeringsleiders komen met nationale wensen en hang-ups naar Brussel. Diegenen die binnenkort verkiezingen hebben en thuis als goede ‘vaderlanders’ gezien willen worden, gaan met twee gestrekte benen de onderhandelingen in.
  2. drinken (drinken) (Nederland) glaasje jenever uit Schiedam
    {{ouds

Etymologie

**[2] omdat Schiedamse jenever als een typisch Nederlandse drank wordt beschouwd