vademecum
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein, compact boek dat dient als een beknopte handleiding dat men mee kan nemen als zakboekje‘In ons vademecum fietsvoorzieningen hebben we voor oker gekozen voor de fietssuggestiestroken, om het verschil te maken met het rood van de fietspaden.’ Ter herinnering: op beide gelden andere verkeersregels. Het vademecum bevat richtlijnen die het Vlaams gewest zelf toepast, maar de steden en gemeenten zijn vrij om die al dan niet te volgen. Dus Dendermonde mag eens iets uitproberen.de Standaard 24 AUGUSTUS 2017In zijn autobiografisch vademecum Voer voor psychologen (1978), een sleutelwerk in zijn oeuvre, staat het onomwonden: 'Wie bestaat, maakt niets. De schrijver moet leeg zijn, niet bestaan.'Volkskrant JOOST ZWAGERMAN 26 november 2013Ensel wil ‘niet al te zwaar doen’ over het kantoorbestaan, zegt hij op zondagavond, buiten werktijd, door de telefoon. Al heeft hij zich beziggehouden met organisatieantropologie en werkt hij nu als docent cultuurgeschiedenis. Zijn boekje Alleen tijdens kantooruren. Kleine cultuurgeschiedenis van het kantoorleven is vooral een handig vademecum voor de loonslaaf.NRC Maartje Somers 2 juni 2008
Etymologie
* uit het Latijn (ga met mij)
Vertalingen
Engelsvade mecum
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek