vadem
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een lengtemaat van 6 voet; ongeveer de afstand tussen de toppen van de middelvingers als men de armen gespreid houdt; later bepaald op 1,8288 meterLengtes werden gemeten per vadem of toise en Peruaanse voet, die gelijkstond met een duim, een nagel en acht punt van de voet des konings; dat was dan toevallig de voet van de koning van Macedonië, die van Polen, en ook die van de steden Padua, Pesaro en Urbino.de Standaard 18 MEI 2000 Geerdt MagielsSamuel Langhorne Clemens, die zijn pseudoniem ontleende aan de uitroep van loodsen op de Mississippi (mark twain betekent ‘twee vadem diep’), was al immens populair (en 49) toen zijn meesterwerk The Adventures of Huckleberry Finn verscheen. Hij had naam gemaakt met humoristische verhalen en satirische reisbeschrijvingen en veel geld verdiend met de kinderboeken The Adventures of Tom Sawyer en The Prince and the Pauper.NRC Pieter Steinz 21 april 2015
Etymologie
* In de betekenis van ‘een maat’ voor het eerst aangetroffen in 1286
Vertalingen
Engelsfathom, cord
Spaansbraza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek