vaatwas

mannelijk (de)/ˈvatwɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) reiniging met water en zeep van kookgerei, servies en bestek die bij een maaltijd zijn gebruikt
    Dat kinderen van de hoofdhuurder niet zomaar als medehuurder worden aangemerkt, is heel normaal, zegt Aemile van Rappard, voorzitter van de Vereniging van Huurrecht Advocaten. (…) Uitzonderingsgronden zijn spaarzaam. Dan zal het achtergebleven kind bij de kantonrechter moeten aantonen dat het een ‘duurzame gemeenschappelijke huishouding’ voerde met vader of moeder. Samen de vaatwas en boodschappen doen kan helpen.
  2. huishouden (huishouden) (Belgisch-Nederlands) machine waarin kookgerei, servies en bestek die bij een maaltijd zijn gebruikt met water en zeep worden schoongemaakt

Etymologie

*[2] (verkorting) "vaatwasmachine"