vaas

mannelijk/vrouwelijk (de)/vas/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een aardewerken of glazen kruik, vooral bedoeld voor het in het water zetten van bloemen
    Hij liet zomaar de vaas uit z'n handen vallen.
    Op de overloop boven aan de trap stond een grote vaas met plastic bloemen.

Etymologie

* Van het Franse vase, in de betekenis van ‘kunstig vaatwerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1553

Vertalingen

Engelsvase
Fransvase
DuitsVase
Spaansflorero, jarrón