vaan
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klein vaandel, meestal driehoekig van vorm
- ijzeren windwijzer
Etymologie
* vanaf 1170
Uitdrukkingen
- een vaantje strijken — overlijden
- het vaan van de opstand planten — een opstand beginnen
- loop naar de vaantjes — verwensing "hoepel op"
Vertalingen
Engelsbanner, vane
Spaansbandera, estandarte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek