utopisme

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een heilsleer die gelooft in een heerlijke maar niet te verwerkelijken toekomst
    Wie van dit utopisme afwijkt, krijgt het niet zelden zwaar te verduren. Crok: ,,Voor mij is het sappelen, ik leef letterlijk van de wind." En het kan veel erger. In Amerika werd onlangs het huis van een klimaatscepticus beschoten. ,,Dat was het eerste teken van geweld tegen een klimaatcriticus," zegt Crok. ,,Dat kan er dus gebeuren met mensen die de utopie in de weg staan.” Tubantia Wierd Duk 10-06-17 [https://www.tubantia.nl/binnenland/wierd-peilt-de-stemming-enlsquo-klimaatverandering-is-een-religieenrsquo~ab8827eb/ Wierd peilt de stemming: ‘Klimaatverandering is een religie’]
    „Je kunt als pragmaticus alleen overleven als je koers al is ingezet. Je moet natuurlijk wel compromissen sluiten. Daarin zitten de kleine stapjes, die je behoeden voor zowel utopisme als cynisme.” Reformatorisch Dagblad Evert van Vlastuin 14-03-2013 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/voormalig-adviseur-teleurgesteld-in-britse-premier-cameron-1.294997 Voormalig adviseur teleurgesteld in Britse premier Cameron]

Etymologie

*afgeleid van Utopia of utopie