uso
onzijdig (het)/ˈuzo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel) standaardtermijn waarbinnen een wissel betaald moet worden{{ouds
- (juridisch) (verouderd) handelsgebruik dat zo gangbaar is dat het als een wettelijke norm beschouwd kan worden{{ouds
Etymologie
*van "uso", in de betekenis "wisselgebruik" aangetroffen vanaf 1578
Uitdrukkingen
- a uso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek