usb

mannelijk/vrouwelijk (de)/yʔɛsˈbe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica, elektrotechniek (informatica), (elektrotechniek) standaard voor de aansluiting van randapparatuur op computers (Universele Seriële Bus)
    Dankzij USB is het eenvoudig om apparatuur van verschillende fabrikanten op elkaar aan te sluiten.
  2. spreektaal, afkorting (spreektaal) (afkorting) klein langwerpig voorwerp dat in een USB-poort wordt gestoken om er gegevens uit te raadplegen of in op te slaan
    Ik heb alle foto's van de vakantie op een USB gezet.

Etymologie

* van het "USB", (initiaalwoord)