ultra
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈʏltra/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) fanatieke supporter van een voetbalclub
- extreem, uiterstIk dook vol in de nieuwe wereld van ultra lichtgewicht kampeerspullen en verslond online zo veel mogelijk lijsten (gear lists) van anderen om de voor- en nadelen te begrijpen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bijwoord: verder dan, aan gene zijde van, zeer’ voor het eerst aangetroffen in 1574
Vertalingen
Engelsextreme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek