uitzuigen
/ˈœytsœyɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het vocht uit een vrucht of een dier zuigenEen spin maakt eerst het lichaam van haar slachtoffer vloeibaar om het vervolgens uit te zuigen.
- (ov) (politiek) iemand economisch uitbuitenVolgens het socialisme worden arbeiders uitgezogen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek