uitzonderingspositie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het iets of iemand een andere plaats geven als alle anderen; iemand anders behandelen als alle anderen
    Koetoezov, die hij al in Polen had ingehaald, had hem heel vriendelijk ontvangen en beloofd hem niet te vergeten; hij had vorst Andrej een uitzonderingspositie gegeven ten opzichte van de andere adjudanten, hem meegenomen naar Wenen en hem een aantal serieuzere opdrachten gegeven.
    Medewerkers van winkels op Schiphol zijn verbijsterd over een uitzonderingspositie op de coronamaatregelen. In heel Nederland moeten niet-essentiële winkels dicht tot 14 januari, maar de winkels achter de paspoortcontrole mogen openblijven.