uitzondering

vrouwelijk (de)/œytsɔndərɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geval waarbij men iets niet onder een regel laat vallen
    Hij maakte een uitzondering voor de zieke leerling die het proefwerk gemist had.
    Mevrouw Maillard had alle directeuren in haar hart gesloten, zonder uitzondering. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Velen van ons zijn slaaf van onze schulden geworden en ik was hierop geen uitzondering.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van uitzonderen .

Vertalingen

Engelsexception
Fransexception
DuitsAusnahme
Spaansexcepción
Poolswyjątek