uitzitten

/ˈœytsɪtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een vooraf bepaalde tijd ergens gedwongen verblijven; voltooien van een gevangenisstraf
    Die straffen worden zelden in hun geheel uitgezeten.
    In Nederland lopen tienduizenden veroordeelde criminelen rond die hun straf nog moeten uitzitten. Terwijl de politie hen zoekt, kunnen deze criminelen bij de gemeente hun paspoort of rijbewijs verlengen zonder tegen de lamp te lopen.[https://www.parool.nl/parool-misdaadpodcast/hoe-voortvluchtige-criminelen-in-amsterdam-gewoon-een-nieuw-paspoort-kunnen-aanvragen-dit-maakt-de-burger-toch-woedend~b21ef76b/ www.parool.nl (29 mei 2025)]
    De rechtbank veroordeelde Bakker vorig jaar nog tot een gevangenisstraf van 4,5 jaar, waarop Bakker in hoger beroep ging. Bakker is direct vrijgelaten omdat hij de achttien maanden cel al in voorarrest heeft uitgezeten. Hij was zelf niet aanwezig in de rechtbank.