uitzien
/'œy̆t.sin/
Betekenis
werkwoord
- een zekere aanblik hebben: zie eruitzienJij ziet er prachtig uit.In zijn bril zag ik mezelf weerspiegeld en ik constateerde dat ik er net zo verwilderd uitzag als hij.Een onbeschrijfelijk gevoel, net als verliefdheid, waardoor alles om je heen er mooier gaat uitzien.
- (inerg) ~ naar een verlangen koesterenDaar zie ik echt naar uit.
Vertalingen
Engelslook, look forward to
Duitsaussehen
Spaansaparecer, anhelar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek