uitzicht
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wat men van de omgeving vanaf een bepaalde plek kan zienVanaf deze toren heeft men een prachtig uitzicht op het natuurgebied.Het was het uitzicht vanaf de rand van de boomgaard, in overdreven kleuren, met de finca daarachter met de afgebladderde rode verf op alle sponningen.Hij woont in de buurt, het is naar schatting de dertigste keer dat hij hier staat, met enerzijds het uitzicht op de beboste flanken van de Vogezen en aan de zuidwestkant het glooiende laagland van de Haute-Saône.
- verwachting, iets waar men naar kan uitzienGelukkig heeft hij uitzicht op een betere baan.
Vertalingen
Engelsview, outlook, panorama
Fransvue
DuitsAussicht, Ausblick, Aussicht
Spaansvista, panorama, perspectiva
Deensudsigt, udsigt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek