uitzetting

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) de toename in volume bij verhoging van de temperatuur
    Bij het opwarmen van het toestel zijn soms uitzettinkjes te horen.
  2. biologie, milieukunde (biologie), (milieukunde) het weer in de vrije wildbaan brengen van dieren
    Uitzettingen van korhoenders hebben weinig zin als het milieu van het gebied niet hersteld wordt.
  3. juridisch, politiek (juridisch), (politiek) het gedwongen verwijderen van personen uit een gebouw of een land
    Bij deze strenge vorst zijn uitzettingen ronduit wreed.

Etymologie

* van uitzetten .