uitzendverbod
onzijdig (het)/ˈœytsɛntfərbɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) politiek voorstel (vooral in Nederland) om in specifieke sectoren waar veel misstanden zijn, het tijdelijk in- en uitlenen van personeel via uitzendbureaus te verbieden, als ‘stok achter de deur’ om uitbuiting, slechte arbeidsomstandigheden en oneerlijke concurrentie tegen te gaan, met als doel de kwaliteit en legaliteit van werk te verbeteren
- (media) verbod om een bepaald programma uit te zenden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek