uitwijkhaven

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈœytwɛikˌhavə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar men in tijden van nood naartoe kan gaan
    Amsterdamse haven dreigt „criminele uitwijkhaven” te worden : De Amsterdamse haven dreigt een broeinest van criminaliteit te worden. Plaatselijke bestuurders roepen om maatregelen.
    De geitenboerderij was altijd al de uitwijkhaven.
  2. haven waar een schip kan binnenvaren als het in nood verkeert
  3. vliegveld waar een vliegtuig kan landen als de oorspronkelijke bestemming niet bereikbaar is

Vertalingen

Engelsalternate airport, terminal alternate