uitwerken

/ˈœytwɛrkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. nauwkeuriger maken van wat al in grote lijnen is bepaald
    De ambtenaren moeten de plannen van het kabinet uitwerken.
    Hij maakte altijd prachtige plannen maar uitwerken van de details liet hij altijd aan andren over.

Vertalingen

Spaansdetallar, elaborar