uitverkoop
mannelijk (de)/ˈœytfərˌkop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gelegenheid waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordtZe houden daar morgen uitverkoop.
Vertalingen
Spaansrebaja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek