uitstrijkje

/ˈœytstrɛikjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologisch materiaal van de baarmoedermond dat op een objectglaasje wordt uitgesmeerd voor microscopisch onderzoek
    Ook bij een ander kankeronderzoek neigen tienduizenden vrouwen tot overscreening. Niet minder dan 26 procent van de vrouwen die een uitstrijkje laten nemen om baarmoederhalskanker op te sporen, doet dat meer dan eens in de drie jaar (het ritme van het officiële bevolkingsonderzoek voor vrouwen tussen 25 en 64 jaar). Het gaat om meer dan 100.000 vrouwen in Vlaanderen.de Standaard 27 oktober 2017 Maxie Eckert
    M. liep vorig jaar al een tijdje bij de fysiotherapeut omdat ze pijn in haar rug had. Net toen de huisarts haar wilde doorsturen, kwam de uitslag van het uitstrijkje dat ze vanwege haar leeftijd had gehad. Binnen een week werd duidelijk dat ze niet meer operabel was. Niet-behandelbaar. „Dan stort je wereld wel even in.” Tubantia Floris Brandriet 7 april 2017
    Één op vijf vrouwen die een uitstrijkje laten maken, heeft lichamelijke klachten na onderzoek.'Met ergernis over de houding van veel vrouwen, heb ik dit stukje gelezen. Het is bekend dat de therapeutische hysteroscopie met de snare (elektrisch verhitte poliepectomielis), minimale tot geen bijwerkingen geeft.Volkskrant 21 november 2016

Etymologie

*afgeleid van "uitstrijk"

Vertalingen

Engelssmear test, Pap smear, swab
Fransfrottis
DuitsPap-Abstrich, Pap-Test
Spaanscitología, prueba