uitstoter

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die bepaalde afvalstoffen in het milieu brengt
    China is de grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld. Tot dusver pleitte het vooral voor vrijwillige afspraken.
    Ook medische apparatuur moet in de toekomst zo veel mogelijk kwikloos en de uitstoot door onder meer cementfabrieken en de metaalindustrie wordt teruggedrongen. Zuidoost-Azië is de grootste uitstoter, door de snelle industrialisatie in die regio. De Europese Unie was de grootste exporteur van kwik, maar die uitvoer is al enkele jaren geleden verboden.

Etymologie

* van uitstoten

Vertalingen

Engelsejector