uitstoten

/ˈœytstotə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) uit een groep doen weggaan
    Op een zekere leeftijd worden mannetjesolifanten uitgestoten uit de kudde.
  2. ov, milieukunde (ov) (milieukunde) in het milieu vrijlaten
    Er werd bij dat proces vrij veel kwik en cadmium uitgestoten.
    De stikstofuitstoot in Nederland is de grootste van de hele EU. Ons land stoot per hectare vier keer zoveel uit als het EU-gemiddelde. Het grootste gedeelte, zo'n 60 procent, komt uit de landbouw, blijkt uit cijfers van het RIVM.
  3. ov (ov) uiten

Vertalingen

Spaanslanzar