uitschijnen
/ˈœytsxɛinə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) (figuurlijk) meer zichtbaar wordenDe Westerse democratieën dachten dat de tijd in hun voordeel zou werken. Naar buiten toe lieten zij uitschijnen dat er nu voor lange tijd vrede zou heersen.
- (intr) licht afgeven, uitstralenHarry gaat voorop met een lamp. Hij laat het licht zo ver mogelijk voor zich uitschijnen.
- (intr) het licht afgeven voltooid hebben, niet langer stralen't Laatste licht is uitgeschenen,Eer dit echte paar zich scheidt.
Etymologie
*van Middelnederlands "uteschinen", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek