uitnodiging

vrouwelijk (de)/ˈœytnodəˌɡɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verzoek om iets bij te wonen
    Hij had uitnodigingen voor het feest aan zijn beste vrienden gestuurd.
    Met haar metalen golfplaten dak leek deze plek me niet geschikt om bescherming te bieden, eerder een uitnodiging aan de bliksem om in te slaan.
    Hij kwam overeind met de uitnodigingen in zijn hand, liep naar het haardvuur en legde ze keurig boven op het brandende blok berkenhout.

Etymologie

* van uitnodigen

Vertalingen

Engelsinvitation
Fransinvitation
DuitsEinladung
Spaansinvitación
Poolszaproszenie
Zweedsinbjudan