uitlaten
/ˈœytlatə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iemand ~: iemand het huis uit begeleidenLaat jij de gasten even uit?
- (ov) iets ~: een huisdier -meest een hond- naar buiten latenDe hond wordt altijd 's avonds nog even uitgelaten.Maar er zijn ook veel verleidingen en risico’s op de werkvloer te vinden of als je de hond uitlaat.
- (refl) zich ~ over: een uitspraak ergens over doenDe bewindsman liet zich hier niet over uit.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek