uitlachen

/ˈœytlɑxə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand door te lachen bespotten
    Ik werd vroeger op school veel uitgelachen.
    Barbie werd uitgelachen dat hij al drie weken lang alleen maar ‘ramen bomb’ at (een pakje noedels met een pakje aardappelpuree en een blik tonijn door elkaar).

Vertalingen

Russischвысмеивать, высмеять