uitbuiting

vrouwelijk (de)/ˈœʏtbœʏtiŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het op nietsontziende wijze zijn voordeel doen van de omstandigheden van iets of iemand
    Honderden jaren van uitbuiting en vernietiging hebben ons naar de afgrond gebracht. Over de hele planeet verliezen mensen hun leefwijze, leefomgeving en levens. We hebben nog maar een paar jaar om de ergste gevolgen van de klimaatcrisis af te wenden, als we niet al te laat zijn. De zesde massale uitstervingsgolf is begonnen. Wat we de komende paar jaar doen bepaalt de toekomst van het leven op Aarde. [https://extinctionrebellion.nl extinctionrebellion.nl]

Etymologie

*afgeleid van uitbuiten

Vertalingen

Engelsexploitation
DuitsAusbeutung
Spaansexplotación