uitbijter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitzondering
  2. statistiek (statistiek) getal of gegeven dat niet tot een grotere groep behoort
  3. geologie (geologie) klein gebied van jongere gesteenten dat omgeven is door oudere gesteenten
  4. knorrepot, bullebak, zuurkijker, vitter, iezegrim

Etymologie

* van uitbijten

Vertalingen

Engelsoutlier
Spaansvalor atípico