ui

mannelijk (de)/œy/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten, groente (bloemplanten) (groente) bepaald eetbaar bolgewas,
    Uien kan men ook in hun geheel verwerken: gevulde uien zijn een lekker warm voorgerecht of passen bij gebraden vlees.
  2. bouwkunde (bouwkunde) een spits toelopende, bolvormige bekroning van een toren
zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) bepaalde tweeklank

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bolgewas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1488

Uitdrukkingen

  • Uien tappenMoppen vertellen

Vertalingen

Engelsonion
Fransoignon, ognon
DuitsZwiebel
Spaanscebolla
Italiaanscipolla
Portugeescebola
Russischлук
Japans玉葱
Koreaans양파
Poolscebula
Zweedslök