tweewoonst
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- woonvorm waarbij twee huizen één gemeenschappelijk dak hebben; twee onder een kapWe zaten in de keuken van zijn mijnwerkershuis; een tweekapper, die men hier een tweewoonst noemt. De huizen werden gebouwd in de jaren twintig en dertig van deze eeuw en samen vormden ze een wijk die werd ingericht naar het voorbeeld van de Engelse city gardens. NRC Max Paumen 1 augustus 1996 [https://www.nrc.nl/nieuws/1996/08/01/het-is-verplicht-de-heg-te-snoeien-7319221-a796934 Het is verplicht de heg te snoeien]Voor twee gezinnen moet een oplossing op langere termijn uitgewerkt worden. Daarvoor zal een maatschappelijk assistent ingeschakeld worden. De tweewoonst, waar de ontploffing zich voordeed, moet volledig afgebroken worden', aldus burgemeester Matheï. De Standaard 14/04/2013 door jdb [http://www.standaard.be/cnt/dmf20130414_00539920 Drie families hebben elders overnacht]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek