tweetal
onzijdig (het)/ˈtwetɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- welgeteld tweeEr is een tweetal redenen om dit niet te doen.
- een groep van tweeHet vrolijke tweetal liep lachend weg.Ruim vier jaar cel voor tweetal dat beroemde Robin Hood-boom kapte.Het vertrek van een reeks hooggeplaatste functionarissen werd op 5 juli ingeluid door minister van Financiën Rishi Sunak en gezondheidsminister Sajid Javid. Het tweetal uitte bij hun vertrek felle kritiek op Johnson. Ze schreven in een verklaring dat de overheid geen "goed, competent en serieus werk" verricht.
Vertalingen
DuitsDoppelpack, Paar, Duo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek