tweetaktmotor

mannelijk (de)/ˈtwetɑktˌmotɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. motortechniek, autotechniek (motortechniek), (autotechniek) explosiemotor waarbij het arbeidsproces in twee zuigerslagen verloopt
    door strengere milieuwetgeving zal de tweetaktmotor geen lang leven meer beschoren zijn

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘motor waarbij de zuiger eenmaal op- en neergaat bij elke explosie’ voor het eerst aangetroffen in 1915

Vertalingen

Spaansmotor de dos tiempos