tweerichtingsverkeer
onzijdig (het)/tweˈrɪxtɪŋsfərˌker/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een weg waar de voertuigen zowel de ene als de andere kant op kunnen en mogen gaan
- in communicatie de situatie dat iedere deelnemer zowel ontvanger als zender van boodschappen kan zijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek