tweeloop

mannelijk (de)/ˈtwelop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jachtgeweer met twee lopen zodat men twee keer kan schieten voordat men moet herladen
    Geller zegt dat veel van zijn klanten ook verwoede jagers zijn. Zelf heeft hij geen schietijzers in zijn winkel in Smyrna. Hij stuurt zijn klanten naar een lokale wapenhandelaar waar ze hun bon kunnen inruilen voor een tweeloop. Tubantia 24-09-12 [https://www.tubantia.nl/bizar/kopers-van-diamant-krijgen-gratis-jachtgeweer~a17267d6/ Kopers van diamant krijgen gratis jachtgeweer]
    Al zijn er toch een paar hoogtepunten die we nog nergens hebben gezien. Zo zou tijdens het proces de geest van Steve Jobs verschenen zijn, en heeft de (mannelijke) rechter het Android-poppetje met een tweeloop aan flarden geschoten. De Standaard 29/08/2012 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20120829_038 Apple vs. Samsung in een animatiefilmpje]
    Parfum is verboden, laarzen zijn verplicht. Mijn afspraak met Ludo Fastré, voorzitter van de Limburgse jagersvereniging, klinkt veelbelovend. Hij draagt van vilten hoed tot teen enkel kaki en beige. Uit de koffer van zijn terreinwagen haalt hij een tweeloop en kogels. De Standaard 27 OKTOBER 2012 Ann-Sofie Dekeyser [http://www.standaard.be/cnt/dmf20121026_00349629 ‘Straks staan de zwijnen in Brussel']