tweehonderdvijftig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərtˈfɛiftəx/

Betekenis

telwoord
  1. "250", het getal tussen tweehonderdnegenenveertig en tweehonderdeenenvijftig, tweehonderd plus vijftig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweehonderdvijftig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderdvijftig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 250 is aangeduid
    Als jij tweehonderdvijftig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. zie ook verkleinwoord: tweehonderdvijftigje: geldbiljet met een waarde van tweehonderdvijftig gulden of andere munteenheid
    Kunt u een tweehonderdvijftigje wisselen in kleingeld?
  3. groep van 250 eenheden
    Die tweehonderdvijftig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Fransdeux-cent-cinquante
Duitszweihundertfünfzig
Italiaansduecentocinquanta